Geboren in het koloniale Nederlands-Indië vóór de oorlog, blikken de jongens, nu oude mannen, terug op hun Indonesische jeugd waarover ze nooit spraken, maar die hen diep heeft gevormd.
Tijdens hun wekelijkse Indonesische lunch, keren ze terug naar een jeugd waarover ze hun hele leven nauwelijks spraken: hun tijd als kinderen in de Japanse interneringskampen in Nederlands-Indië tijdens de Tweede Wereldoorlog. Zo reflecteren ze op hoe hun leven veranderde tijdens de Japanse bezetting, hun bestaan in de kampen, de bevrijding door de atoombom, de strijd van jonge Indonesische vrijheidsstrijders en hoe de oude koloniale macht terugkeerde in de vorm van nieuwe kapitalistische bedrijven.
De mannen vertellen over honger, angst en het leven achter prikkeldraad, maar ook over het gemis van hun vaders die vaak werden weggevoerd voor dwangarbeid, bijvoorbeeld aan de Birma-spoorlijn. Wanneer fragmenten uit de dagboeken van hun moeders worden voorgelezen, komen emoties naar boven die decennialang verborgen bleven.
Aan de hand van nooit eerder vertoonde beelden uit Japanse propagandafilms keren zij terug naar hun jeugd in de Japanse kampen tijdens de Tweede Wereldoorlog.

















